Veel Groninger borgen zijn als steenhuis begonnen. Gebouwd in de 13e en de 14e eeuw, waren ze toen iets bijzonders. Stenen waren duur. Alleen de rijken konden ze zich veroorloven. Het was een verdedigingstoren waar men in benarde tijden het vege lijf borg. Meestal stonden ze op een hoogte met rondom een gracht. Ze waren vaak ongeveer elf meter lang en acht meter breed en hadden dikke muren.